Ik ben blij met iedere bij
27-06-2023

In de zomer van 2018 las hij in een dagblad een artikeltje over de slechte stand van de bijen in Nederland. Na een zoektocht op internet en wat gesprekjes met imkers, stond het voor hem vast. Hij wilde hobby-imker worden. Hoewel hij ook nog een ‘bezige bij’ is in het bewonersplatform van Kerkrade-Noord, waar hij de functie vervult van secretaris, ging hij, gedreven van start. Deze week is aan het woord, Marc Scholtes (65) hobby-imker, in hart en nieren.

Marc Scholtes:

“Het is alweer een kleine zes jaar geleden, dat ik in een landelijk blad een uitgebreid artikel las over de stand van bijen in ons land. Die was niet al te best en hoe meer ik mij hierin verdiepte, des te meer werd bij mij de interesse gewekt om zelf imker, of liever gezegd ‘hobby-imker’ te worden.

Bij mijn speurtocht op het internet kwam ik, via via, terecht bij bijenvereniging ‘De Mijnstreek’ in Merkelbeek. Door deze bijenvereniging werd een basisopleiding tot imker gegeven. De cursus bestond uit zeker 20 lessen en daar leerde ik de eerste kneepjes van het vak. Wat mij tijdens deze cursus opviel, was het enthousiasme van zowel ons, de cursisten, als ook degene, waar we les van kregen. Na afloop kregen de cursisten ieders een ‘aflegger’ om daarmee een start met het bijenvolk te maken. Het is in de imkerwereld een traditie, dat je na het afronden van je cursus een beginnend bijenvolk mee naar huis krijgt.

Natuurlijk heb je ook nog wat andere zaken nodig. Zo heb je naast een beginnend volk en een kast ook beschermende kleding nodig, zoals een imkerjack en een paar leren imker handschoenen, die je tegen eventuele steken van bijen kunnen beschermen. Maar met steken door bijen valt het wel mee. Er zijn zoveel factoren die hierin een rol spelen. Trouwens kan een bij maar één keer steken en dat doet hij alleen als ze zelf in de verdrukking komen. Maar ook de plaats waar ze staan kan een rol spelen. Als gevorderd imker leer je je eigen bijenvolken kennen en er zijn volken bij waar je eigenlijk helemaal geen beschermende kleding hoeft te dragen.

Een bijenvolk, zoals we dat noemen, bestaat uit duizenden bijen. Ze bouwen raten van bijenwas voor de aanleg van een broednest en de opslag van honing. Iedere raat bestaat uit duizenden zeshoekige cellen. Hoort zich allemaal moeilijk aan, Wim, maar als je er een tijdje mee bezig bent valt het allemaal wel mee. In het boek van Friedrich Pohl, een van de goeroes in het bijenwereldje, omschrijft hij wat er in zo’n bijenkast allemaal gebeurt en vooral, door wie.

Een bijenvolk heeft één koningin, duizenden werksters en een aantal mannelijke bijen, de darren. De koningin houdt zich uitsluitend bezig met het leggen van eieren; alle overige werkzaamheden, zoals wasproductie, nestbouw, broedverzorging, verdediging, voedsel verzamelen en cellen poetsen, worden door de werksters uitgevoerd. Evenals de koningin zijn ook werksters vrouwelijke bijen, maar ze vliegen niet uit om te paren.

Afhankelijk van de tijd van het jaar zijn er tussen de 10.000 en 65.000 vrouwelijke bijen in de kast. De darren zijn alleen in het voorjaar en in de zomer aanwezig. Zij hebben alleen tot taak om de koningin te bevruchten. Helaas voor de darren paren de koninginnen slechts een keer of twintig en heel wat ‘heren’ komen dus niet aan bod.
In de winter gebeurt er niet al te veel in de bijenkast. Er zijn dan nog maar tien tot twintigduizend bijen in de kast aanwezig, de zogenaamde winterbijen. Dit zijn allemaal werksters, die in de herfst en winter vijf tot acht maanden leven. Deze langlevende winterbijen zorgen ervoor dat hun bijenvolk de winter overleeft, door voor het nodige onderhoud te zorgen.

In de zomer leven de werksters amper zes weken, maar dat komt omdat er dan veel meer werk aan de winkel is. Zij zorgen dan voor de schoonmaak in de kast, de ratenbouw, het halen van voedsel en ook voor het verdedigen van de kast, als er indringers van andere bijenvolken, een kijkje willen nemen.

Als ze geboren worden, leven deze werksters de eerste drie weken in de bijenkast en daarna vliegen ze uit om voedsel te halen. Als ze daarmee bij de bijenkast komen, geven zij de honing over aan de jonge werksters. Leuk om nog even te vertellen is, dat de werkbij, in de fase dat zij nog in de kast woont, ook zorgt voor de ventilatie binnen de kast. Door te ‘wapperen’ met haar vleugeltjes spelen zij voor een soort airco, in deze wonderlijke wereld van de bijen. Trouwens doen ze ‘s winters hetzelfde, maar dan om de temperatuur op peil te houden.

De jonge werksters vullen dus de raten met honing, maar voor het stuifmeel, maken zij een uitzondering, want dat mogen de oudere ‘dames’ zelf doen. In de zomer groeien de bijenvolken gigantisch. De bevruchte koningin blijft voortdurend eitjes leggen, waaruit de bijen, zowel darren als werkbijen, geboren worden. Deze bijen blijven drie weken in de kast, gaan daarna naar buiten, maken in die drie weken, ongeveer 250 vlieguren en gaan dood.

Als de avond valt en de zonsondergang begint, gaan de bijen naar huis en kruipen ze dicht tegen elkaar in de kast. De arbeid is gedaan en de rust keert weer. Loop je dan langs een bijenkast, bedenk dan wel, dat vooral zomers 40 tot 65 duizend bijen in de kast wachten op een nieuwe dag met veel honing en stuifmeel.”
Het gesprek met deze enthousiaste hobby-imker, duurt inmiddels twee en een half uur. We spreken af om te stoppen, en we maken een nieuwe afspraak om te praten over hoe de honing uiteindelijk in de potjes komt, over bijen zwermen en nog meer wat in de bijenwereld gebeurt.

Marc Scholtes heeft duidelijk een mooie hobby gevonden met zijn bijenvolken en voor we definitief afsluiten geeft hij nog aan, dat als er iemand interesse heeft, dan kan hij of zij zich gerust even melden. Stuur dan even een mailtje naar redactie@anselbode.com.