Herinneringen aan SAJE
21-08-2025

Vrijplaats voor jeugd en jongeren

Door Diana Delnoij

Het is mijn eerste herinnering aan Eygelshoven, waar we kort na mijn 4e verjaardag waren komen wonen. Het is mooi weer en uit een open raam aan de achterkant van het voormalige klooster van de zusters Ursulinen klinkt luide rockmuziek. In de vensterbank zitten twee of drie jongens. “Kiek mama, Beatles!”, roep ik enthousiast. Zo noemde ik als kleuter alle jongens met lang haar, maar mijn moeder legde uit dat dat nozems waren. Hippiehoofdstad Amsterdam was ver weg, maar de jaren ‘60 hadden Eygelshoven kennelijk niet overgeslagen.

De jongens zaten in de vensterbank bij SAJE: de Stichting Algemeen Jeugd- en Jongerenwerk Eygelshoven, een uitvloeisel van een experiment met open jeugd- en jongerenwerk van het Ministerie van Sociale Zaken. Jan Jongen was als beroepskracht aangetrokken om dit in goede banen te leiden. “Je had in Eygelshoven de Scouting en de Katholieke Arbeidersjeugd”, vertelt hij. “Maar rond de tijd dat de mijnen gingen sluiten, zochten veel jongeren iets anders dan de traditionele, aan de kerk gelieerde verenigingen. De overheid maakte zich zorgen over het gebrek aan perspectief voor deze jongeren en subsidieerde daarom een experiment met open jongerenwerk.”

SAJE had in die tijd een jongerenbestuur met een aantal enthousiaste kartrekkers. De financiën liepen via de gemeente. Er was veel mogelijk, omdat burgemeester Janssen met zijn uitgebreide netwerk op de achtergrond een grote steun was. “Toch waren niet alle ouders er blij mee dat hun kinderen bij SAJE kwamen”, herinnert Jan Jongen zich. “Die jongeren liet ik dan onopvallend aan de achterkant van het klooster binnen komen.” De jongelui maakten hun ruimte gezellig met oude bankstellen, die ze overal vandaan sleepten. Op een gegeven moment waren het er zoveel, dat er geen doorkomen meer aan was. Er moest opgeruimd worden, vond Jan. “Toen hebben ze die bankstellen op een hoop gegooid en voor het klooster op zaterdagmiddag, toen heel Eygelshoven op de markt was, in brand gestoken. Ja, dat was wel een rel destijds.” Hij vertelt het met glimmende pretoogjes.

Het oude klooster huisvestte niet alleen de jongeren van SAJE. Op de benedenverdieping was de bibliotheek gevestigd. Het Rode Kruis hield er kantoor, de Scouting zat er en vrijwilligers hadden er een peuterspeelzaal gestart. In 1972 legde een verwoestende brand het hele gebouw in de as. SAJE week tijdelijk uit naar het gebouw van de Hervormde Kerk op de hoek van de Juliastraat en de Molenweg in afwachting van huisvesting in het Socioproject, dat inmiddels in aanbouw was. Prinses Beatrix kwam er in augustus 1973 onaangekondigd op bezoek. Zij was onder andere geïnteresseerd in het werk van SAJE, dat mede werd gesubsidieerd door het Nationaal Jeugdfonds Jantje Beton, waarvan zij destijds de voorzitter was. Toen het Socio Project gereed was, kreeg SAJE er zijn definitieve plek in een deel van het gebouw dat inmiddels weer is afgebroken. De ingang lag in een verlaagde ronde ‘zitkuil’ waar aan de kant van de Laurastraat en Terbruggen trappen naartoe leidden. Op weg naar de gymzaal vanuit de Veldhofschool en Sint Janschool kwam je daar iedere keer doorheen. Een enkele waaghals durfde, in plaats van de trap te nemen, direct vanaf de muur naar beneden te springen.

SAJE was inmiddels niet meer weg te denken uit Eygelshoven. Er werd een breed scala aan activiteiten georganiseerd voor kinderen en jongeren. Je kon er na schooltijd terecht en in schoolvakanties. In de zomervakantie organiseerde SAJE het zogeheten ‘kindervakantiewerk’. We konden er als kinderen knutselen en spelletjes doen, er waren filmmiddagen en we gingen met z’n allen zwemmen in het ijskoude buitenbad van de Julia. Een zomervakantie werd er op het terrein waar nu de Pastoor Stevensstraat is, een heel ‘dorp’ in elkaar getimmerd met hout en andere materialen. Het schijnt fantastisch te zijn geweest en ik vond het heel jammer dat ik het moest missen, omdat wij met het gezin op vakantie gingen. Luxeproblemen zijn van alle tijden, zo blijkt maar weer.

Voor de oudere jeugd had je bij SAJE de tienergroepen. Die hadden een vaste plek in de ruimte die bekend stond als de 6×9. Herbert Damoiseaux uit Waubach begeleidde zo’n tienergroep als onderdeel van zijn stagejaar 1981-1982 aan de Sociale Academie. Hij schreef er zijn afstudeerscriptie over. “We organiseerden activiteiten speciaal voor tieners: zoals speurtochten, filmmiddagen en muziek”, vertelt hij. “Maar we probeerden ook persoonlijke aandacht te geven aan jongeren die het moeilijk hadden.” In zijn scriptie beschreef Herbert Damoiseaux hoe hij met een van de jongens mee ging naar het kantongerecht. Zijn crossbrommer was in beslag genomen omdat hij een boete voor te hard rijden niet kon betalen. De rechter toonde zich uiteindelijk mild, nadat Herbert had uitgelegd dat de jongen niet genoeg zakgeld kreeg om de boete te betalen en dat zijn ouders hem hierbij niet hadden willen helpen. “Dat soort dingen deden wij toen”, legt hij uit.

Herbert Damoiseaux herinnert zich SAJE als “een broedplek van progressieve en vrije geesten”, dat niet alleen jongerenwerk organiseerde, maar van waaruit ook andere initiatieven ontstonden, zoals vrouwengroepen. Dat paste bij Eygelshoven, volgens Herbert. “Ik vond Eygelshoven een bijzonder dorp. Multicultureel en vooruitstrevend. Het was heel anders dan Kerkrade. Je had aan de Laurastraat bijvoorbeeld Gimme Shelter. Dat was dé plek om hasj te roken en bijzondere muziek te horen.” Er was bij SAJE veel ruimte voor creativiteit. Het was een bekende plek in de Limburgse punkscene en de punkband The Spoilers had er zijn thuisbasis. “Je had zanger Toek en de broers Semeijn. Tim Semeijn was gitarist bij The Spoilers. Zijn broer ‘Sik’ Semeijn was kunstenaar. Hij maakte prachtige muurschilderingen. Die jongens zaten er zeven dagen per week.”, vertelt Herbert. “Werk was er niet.”

De vroege jaren ‘80 kenden economische en geopolitieke problemen. Zo zong op Pinkpop 1983 de Janse Bagge Bend over eindeloos solliciteren en Doe Maar over De Bom, die toch wel zou vallen. Het was ook de tijd van de heroïne-epidemie. Bij SAJE probeerden ze die met man en macht buiten de deur te houden. Ze zaten aan tafel met het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD), de politie en de gemeenten. Afgesproken werd dat in de 6×9 ruimte één vaste persoon hasj zou mogen verkopen. “Ik zie hem nog zo voor me”, vertelt Herbert. “Hij had lang haar en zijn bijnaam was ‘Bille’”. De afspraak was dat het iemand uit Eygelshoven moest zijn, die regelmatig contact zou onderhouden met de coördinatoren van SAJE, de gemeente en de politie. Het gedoogbeleid was geboren.

Vele jaren later, toen Herbert inmiddels bij het CAD in Heerlen werkte, ging hij op werkbezoek bij de bekende Jellinek kliniek in Amsterdam. “Die claimden toen dat zij de eersten waren met een huisdealer”, herinnert Herbert zich. “Toen voelde ik me geroepen om dat te corrigeren. Want die hadden we in SAJE al veel eerder.” In 1985 ging SAJE op in het jeugd- en jongerenwerk van de gemeente Kerkrade. Wat blijft is het fundament dat hier gelegd is onder het jeugd- en jongerenwerk in Eygelshoven en onder het Nederlandse drugsbeleid, de mooie herinneringen en een handvol foto’s in het album van Jan Jongen.